Steeds meer leveranciers van Albert Heijn moeten de ImpactBuying-vragenlijst invullen. Naast de emissiecijfers wordt ook gevraagd naar drie intensity factoren. Deze gegevens lijken misschien technisch, maar ze zijn cruciaal voor een eerlijke en transparante CO₂-rapportage. In dit artikel leggen we uit wat een intensity factor is, welke gegevens er aangeleverd moeten worden en wat dit betekent voor je emissieberekening.
Intensity factoren over scope 1, 2 en 3
Allereerst wordt gevraagd naar de scope 1,2 en 3 intensity factoren van het bedrijf. Deze factoren geven aan hoeveel uitstoot er is per geproduceerde kilogram of per euro omzet. Hiervoor moeten de totale emissies (scope 1, 2 en 3) gedeeld worden door de output in kilo’s of omzet.
Let op: je kiest één methode. Deze moet je consequent toepassen in je rapportage. Daarom is het belangrijk dat er tijdens de emissieberekening al rekening wordt gehouden met de productievolumes of omzetgegevens.
Allocatie van emissies naar afnemers
Daarnaast vraagt ImpactBuying of je de emissies kunt toewijzen aan specifieke afnemers, zoals Albert Heijn. Veel bedrijven leveren aan meerdere supermarkten of klanten. In dat geval wil Albert Heijn alleen weten welk deel van de uitstoot toe te rekenen is aan hún producten.
Deze intensity factor wordt dus gebaseerd op een slimme verdeling (allocatie) van de emissies. Hiervoor moet je tijdens de berekening al inzicht hebben in welke producten naar Albert Heijn gaan, en in welke hoeveelheden. Zonder deze stap kun je geen accurate toewijzing maken.
Intensity factor specifiek voor AH-producten
Tot slot vraagt Albert Heijn ook om een aparte intensity factor voor hun eigen producten. Deze wordt berekend door de emissies van de Albert Heijn-producten te delen door het aantal kilo’s aan AH-producten, of de omzet die is gegenereerd met AH-productie.
Ook hier geldt: je moet dus weten welk aandeel van je productie voor Albert Heijn is, en welke uitstoot daarbij hoort.
Waarom is dit belangrijk?
Stel: je levert taarten aan meerdere supermarkten. Voor andere supermarkten gebruik je exotisch fruit met hoge emissies. Voor Albert Heijn lever je alleen appeltaarten met lokaal geteelde appels.
Als je dan de totale emissies over álle taarten deelt, lijkt het alsof de appeltaart ook zwaar belastend is voor het milieu. Dat geeft een verkeerd beeld. Daarom vraagt Albert Heijn of je specifiek de emissies van hun producten kunt rapporteren.
Door dit vooraf goed te structureren in je berekening, voorkom je fouten en onterechte aannames.
Wat betekent dit voor jouw emissieberekening?
Kort gezegd: meer nauwkeurigheid en meer voorbereiding. Je moet per productsoort gegevens bijhouden, inclusief volume en bestemming. Daarnaast moet je in de berekening kunnen aangeven hoeveel CO₂ hoort bij welk product of welke klant. Zonder deze inzichten kun je de juiste intensity factor niet bepalen.
Conclusie
De intensity factor is meer dan een rekenkundige uitkomst.Het is een instrument om jouw duurzaamheid eerlijk en transparant te communiceren richting afnemers zoals Albert Heijn.
Wil je ondersteuning bij het berekenen van de juiste intensity factors? CarbonScore helpt je graag verder.
Samen zorgen we voor een betrouwbare en duidelijke emissierapportage.


